Herkomst is vermoedelijk uit de omgeving van Maurik of Wijk bij Duurstede. Oud ras. Komt veel voor als oudere boom in de Betuwe.
Kleur: groen, bleek geel, met aan de zonzijde rood gestreept en gevlekt
Pluk eind september, begin oktober, eetbaar eind oktober. Begint pas laat te dragen, vrij grote opbrengsten en daardoor last van beurtjaren. Dunnen is noodzakelijk.
Is goed te bewaren, tot half januari.
Erg geschikt als droogappel, minder geschikt als moes- en kookappel. De smaak is, na het koken, zeer matig.